Slavenruil Badina

Den ondergetekende Kapitein Ingenieur, Ingevolge besluit van Zijne Excellentie den Heere Gouverneur Generaal ad interim, in dato 22 September 1817 no. 490 permissie bekomen hebbende in ruiling over te nemen de ’s Lands Negerin genaamt Badina, voor Een, ten genoegen van den Heere Luitenant kolonel Böhm, bekwame Man Neger, mits zich verbindende om bij Vertrek uit de kolonie of overlijden gemelde Negerin te zullen Vrijgeven. Deze ruiling geEffectueerd, en door den Heere luitenant kolonel Böhm goedgekeurd Zijnde, verbind den Ondergetekende Zich mits deze om, naar inhoud van het bovengemeld besluit, deze hem in Eigendom toekomende Negerin, bij vertrek uit de Kolonie ofte eerder, of in Kas van overlijden te Zullen Vrijgeven.
Fortres Nw. Amsterdam den 14e April 1818.
J.C.W. Rühle von Lilienstern, 1ste kapt. Ingr.

Den ondergeteekenden luitenant collonel der Genie declareert hier meede voorengemelde Reegling ten zijnen genoegen van een bekwaame Manneeger affectueert.
Datum ut spra.
Den L-t Coll. der Genie.
J.G.R. Böhm


Auteur: John Sang-Ajang
Bron: NAN: Archief: Gouvernementssecretarie 1816-1828, 1.05.10.01, 632 (scan 31)