Manumissierekest - verzoek om brieven van vrijdom

Manumissierekest Muller inzake Mimie en Pheda (1815)

Aan den Hoog Edele Gestrenge Heer P. Bonham
Majoor Generaal commandeerende Zijne Majesteits Landmagt
in de Colonie van Suriname Gouverneur over deszelve en President in alle Hoven en Collegien etc. etc. etc.

Geeft met verschuldigde Eerbied te kennen J. Muller. Dat Zig onder de magt Slaven van ’S Konings Plantagie Victorie bevinden een negerin met name Mimie en hare Dogter Epha, welke negerin de Zuster is van des Suppliants Huishoudster, die ook Weleer tot die Plantagie behoorde maar die Zedert ’t Jaar 1797 door den Suppliant is vrijgegeeven, na dat wijlen Zijne Excellentie den Gouverneur Friderici haar aan den Suppliant bij appoinctement op Zijn request had afgestaan, en waarvoor hij dan ook de voor Zijne Excellentie toen bepaalde Somma van Twaalffhonderd Guldens heeft betaald. Dat ’t den Suppliant tot groot genoegen zoude strekken, als hij deese nog onder de Slavernij Zugtende Zuster van Zijne Huishoudster en haar kind welke beiden Zeer Ziekelijk Zijn, ook tot een behoorlijke Prijs konde overnemen, om aan dezelven even als haare Zuster ’t onwaardeerbaar Geluk van Vrijheid te Schenken, en om tevens te worden gesteld, haar in hunne ziekelijke omstandigheden te kunnen oppassen en verzorgen. Dat de Redenen welke den Suppliant bewogen Zijne tegenwoordige Huishoudster te kopen en uit de Slavernij te verlossen, waren, uit erkentelijkheid voor ongemeene trouwe en verdere diensten die zij hem in ziektens en ongelegenheden toen hij op dezelve Plantagie Victorie nog Directeur was, had bewezen, en den Suppliant die dit gedrag voor hem zeer hoog waardeert, gevoelt daardoor ook een medelijdend Hart voor haare Zuster en haar kind, welke nog onder den band der Slaavernij Zugten, en voorzeker die verzorging niet kunnen genieten, die haare Zuster haar zoude kunnen aanbrengen. Dat den Suppliant ’t Uwe Excellentie in bedenking geeft hoe hard ’t niet zijn moet voor zijne huishoudster haar Zuster en deszelfs nakomelingen onder Slavernij en Zonder tederen verzorging onder zwaren arbeid te zien Zugten, en welke Blijdschap ’t niet voor haar zoude Zijn deze Zuster en haar kind een gelijk Geluk te zien genieten als Zij. Dat den Suppliant van de gunstige uitwerking die ’t inzien van de Zaak op Uw Excellentie menschlievende gevoelens Zoude hebben, Zo zeer verzekerd is, dat hij daardoor aangemoedigd word om tot bereiking van het voorschreeve doel Zig met zijn verzoek tot Uwe Excellentie te keeren, en nedriglijk te Smeken, dat in aanschouw van de voorgestelde redenen die den Suppliant tot dit verzoek nopen, ’t Uwe Excellentie goedgunstelijk mag behagen deze negerin Mimie en haar kind Epha aan hem Suppliant van eene zekere door Uwe Excellentie te bepalene Somma overtedoen, Zijnde den Suppliant dan ook bereid haar en haar kind de Vrijdom te bezorgen met de Eerste gelegenheid die zig daartoe zal opdoen. En den Suppliant verzoekt ten Slotte dat ’t Uwe Excellentie mag behagen de nodige last te willen uitvaardigen op de Administrateur van ’s Konings Plantagien, om dezelve negerin Mimie en haar kind Epha aan den Suppliant tegens betaling van de dan gefixeerde koopprijs uitteleveren. En waarop den Suppliant een Gunstig appoinctement van Uw Excellentie Menschlievendheid nederiglijk is inwagtende. Imploreerende.
Paramaribo 30 December 1815.
J. Muller

Geleezen nevenstaande Requeste en gelet op de middelen daarinne geleezen, gelasten mitsdien de administrateur der Plantagie Victorie omme de in deeze requeste gedonateerd negerin Mimie en Kind dadelijk aan Paramaribo te Zenden, ten door twee daartoe te benoemde persoonen te werden gepriseerd.
Paramaribo, den 12 januarij 1816.
P. Bonham.
Ter ordonnantie van Zijne Excellentie.
J. Martijn
……

Auteur: J.F. Sang-Ajang