Manumissierekest Bodeutsch inzake Georg (1819)

Aan den Edele Achtbaren Hove van Politie en Crimineele ustitie der Colonie Suriname etc. Etc. Etc.

Geeft met verschuldigde eerbied kennen: C.F. Bodeutsch. Dat den suppliant bij donatie eigenaar geworden is van het jongetje Georg, aangekomen hebbende de plantagie Moed en Kommer. Dat den suppliant gemeld jongetje Georg gaarne den schat van vrijdom willende geven. Redenen waarom den suppliant de vrijheid neemt zig te adresseeren aan dezen Edelen Achtbaaren hove, ootmoedigst verzoekende dat het denzelve zal moogen behagen aan gemelde mestice jongetje George te verleenen den schat van vrijdom, met last op deszelvs heer secretaris aan den suppliant de brieven van manumissie in communi forma uitteleeveren. En is den suppliant hierop een gunstige dispositie imploreerende etc.

Actum Paramaribo december 1819, C.F. Bodeutsch.

(borgtochtstelling niet aangetroffen)

‘t Hof fiat de gewoone affichij

Paramaribo 30 aug 1816

C.R. Vailliant

Ter ordonnantie van den Hove.

P.J. Changuion

Certificeere dat na voorafgaande advertentie ingevolge resolutie van den Hove van Politie en Crimineele Justitie dezer colonie, niemand zich ter secretarij heeft vervoegd, die eenig recht of pretensie heeft gesustineerd op de mulattin Madeleentje, en het mulatte meisje Petronella, waarvan de eerste aangekomen hebbende de plantagie St. Eustatius en de tweede van de plantagie Cortenduur.

Paramaribo 9 december 1816

P.J. Changuion

’t Hof, gezien certificaat van geen actie of pretentie tot lasten van de bij requeste genoemde mulattin en het mulatte meisje te zijn ingekomen, als mede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard de supplianten te hebben voldaan aan de resolutie van desen Hove, consenteerd overzulks hunne gedaane verzoek, met last op den secretaris de brieven van vrijdom in forma te vervaardigen.

Paramaribo den 9 december 1816.

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove.

P.J. Changuion


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 448, inventarisnr. 706, sessie februari 1820, bijlage 10/ nr./DK:448.706.2.10.bodeutsch