Manumissierekest Spillenaar inzake Abraham (1816)

Aan Zijn Execellentie den Hoogedelen Gestrenge Heer

mr. C.R. Vaillant, Ridder van de Orde van den Nederlandsche Leeuw,

Gouverneur Generaal ad interim, mitsgaders opperbevelhebber over de Land en Zeemagt in dezelve etc. etc. etc.

Bij non sessie van de edele Achtbaare Hove van Politie en Crimineele Justitie deezer kolonie.

Geeft met alle eerbied te kennen: P.P. Spillenaar. Dat hij suppliant gaarne den schat van vrijdom willende schenken aan de hem in eigendom behoorende neger jonge genaamd Abraham, en tot dien einde de boete daartoe staande ingevolge annexe quittantie heeft betaaald. Zo is hij suppliant bij deeze de vrijheid neemende zich te keeren tot U Hoog Edele Gestrenge, ootmoedigst verzoekende, voor gemelde neger jonge Abraham te willen verleenen brieven van vrijdom met authorisatie op den heer secretaris tot de extraditie van dezelve. Voorts wenschte de suppliant gaarne voornoemde negerjonge na dat U Hoog Edele Gestrenge aan hem de brieven van manumissie zal hebben verleend met hem op zijn voorgenomen reijs, de welke medio deezer is bepaaald mede te neemen. Dierhalven de suppliant bij deeze is verzoekende, om in dit geval de voornoemde neger jonge te willen permitteeren hem suppliant op zijn voorgenomen vertrek uit deeze kolonie te mogen vergezellen, in diezelve in dit extra ordinaire geval uittezonderen van de bij den Achtbaare Hove van Politie geemaneerde wet ten aanzien van het vertrek uit deze kolonie van gemanumitterdens. Hierop een gunstige dispositie aller neederigst is imploreerende etc. P.P. spillenaar.

(borgtochtstelling niet aangetroffen)

‘t Hof fiat de gewoone affichij

Paramaribo 30 aug 1816

C.R. Vailliant

Ter ordonnantie van den Hove.

P.J. Changuion

Certificeere dat na voorafgaande advertentie ingevolge resolutie van den Hove van Politie en Crimineele Justitie dezer colonie, niemand zich ter secretarij heeft vervoegd, die eenig recht of pretensie heeft gesustineerd op de mulattin Madeleentje, en het mulatte meisje Petronella, waarvan de eerste aangekomen hebbende de plantagie St. Eustatius en de tweede van de plantagie Cortenduur.

Paramaribo 9 december 1816

P.J. Changuion

’t Hof, gezien certificaat van geen actie of pretentie tot lasten van de bij requeste genoemde mulattin en het mulatte meisje te zijn ingekomen, als mede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard de supplianten te hebben voldaan aan de resolutie van desen Hove, consenteerd overzulks hunne gedaane verzoek, met last op den secretaris de brieven van vrijdom in forma te vervaardigen.

Paramaribo den 9 december 1816.

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove.

P.J. Changuion


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 448, inventarisnr. 706, sessie februari 1820, bijlage 2/ nr./DK:448.706.2.2.spillenaar