Manumissierekest Viereck, van inzake Jeannette (1820)

Aan den Edele Achtbaare Hove van Politie en

Crimineele Justitie der kolonie Suriname etc. etc.

Geeft met verschuldigde eerbied te kennen de vrije Marianna van Viereck. Dat zij suppliante door ruiling eijgenares zijnde geworden van het negermeisje genaamd Jeannette eertijds gehoord hebbende aan de plantagie Adrichem doch onder die mits …. zij suppliante gehouden zal zijn haar den schat van vrijdom te schenken, vide declaratoir ten deze annex, aan welken gehoudenheid zij suppliante alnu gaarne willende voldoen. Dan vermits zulks niet kunnende geschieden alvorens de goedkeuring en aprobatie van dezen Edele Achtbare Raad te hebben geobtineerd. Zo is de suppliante mits deze de vrijheid nemende zich te wenden tot Uw Hoog Edele Gestrenge en Edele Achtbare Heeren aller nedrigst verzoekende authorisatie te verleenen op heeren sekretarissen dezer colonie omme de daartoe vereischt werdende brieven van vrijdom voor opgemelde negermeisje Jeannette te doen vervaardigen en aan haar suppliante uittereiken. ’t Welk doende etc.

Paramaribo, 13e januarij 1820.

Dit kruijs X merk is door devrije Marianna van Viereck als declareerende niet anders kunnende schrijven in mijne presentie ter needergesteld

W.J. Valois

Stelle mij tot borg voor de vrijdom hiervoren vermeld met verpligting dat hetzelve negermeisje nimmer ofte ooit ten lasten van den lande zal komen te vallen. Onder verband als naar de wetten.

Paramaribo, dato ut supra

J. Viereck

’t Hof de gewoone affictie.

Paramaribo, 15 januarij 1820

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion

Certificeere dat na voorafgegaane advertentie ingevolge resolutie van den Hove van Politie en Krimineele Justitie dezer kolonie, niemand zich ter secretarij heeft vervoegd, die eenig recht of pretensie heeft gesustineerd op het neger meisje Jeannette, aankomende de vrije Marianna van Viereck.

Paramaribo, 21 februarij 1820

P.J. Changuion

’t Hof, gezien certificaat van geen actie of pretensie tot lasten de bij requeste gemelde negermeisje te zijn ingekomen, als mede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard de suppliante te hebben voldaan aan de resolutie van dezen Hove, consenteerd over zulks haar gedaan verzoek, met last op den secretaris de brieven van vrijdom in forma te vervaardigen.

Paramaribo, 21 februarij 1820

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 447, inventarisnr. 704, sessie december 1819, bijlage 53/ gsc 20-1-1820, 6/ nr. 282/DK:447.704.12.53.viereck