Manumissierekest Lentz inzake Doortje (1819)

Aan den Edele Achtbaare Hove van Politie en

Crimineele Justitie der colonie Suriname etc. etc. etc.

Geeft met verschuldigde eerbied te kennen J. J. Lentz, wonende in deze colonie op de plantagie Leijenhoop. Dat de suppliant door koop eigenaar is geworden van het mulatte kind Doortje, aangekomen hebbende de plantagie Onverwagt, onder conditie haar Doortje te moeten schenken den dierbare schat van vrijdom. Redenen waaromme de suppliant zig keert tot Uw Hoog Edele Gestrenge en Wel Edele Achtbaare Heren, eerbiedig verzoekende om aan gemelde mulatte kind Doortje te verlenen brieven van vrijdom, alles met authorisatie op de heer secretaris dezelve te vervaardigen en aan den suppliant te extraheren, zijnde de legissen ter secretarij en kantoor der kassa tegens de weglopers ingevolge annex quitantie betaald. Waarop de suppliant een goedgunstig appoinctement is imploreerende etc.

Paramaribo, den 21 december 1819

J.J. Lentz

Stelle mij tot borg voor de vrijdom van de mulatte meisje genaamt Doortje in vorenstaande request vermeld, onder zodanige bepalingen als daar omtrend bij de wette zijn voorgeschreven.

Paramaribo, 21 december 1819

N.L. Braam.

’t Hof de gewoone affictie.

Paramaribo, 22 december 1819

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion

Certificeere dat na voorafgegane advertentie ingevolge resolutie van den Hove van Politie en Krimineele Justitie deser kolonie, niemand zich ter secretarij heeft vervoegd, die enig recht of pretensie heeft gesustineerd op het mulatte kind Doortje, aangekomen hebbende de plantagie Onverwagt.

Paramaribo, 21 februarij 1820

P.J. Changuion

’t Hof, gezien certificaat van geen actie of pretensie tot lasten de bij requeste gemelde mulatte kind te zijn ingekomen, als mede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard den suppliant te hebben voldaan aan de resolutie van dezen Hove, consenteerd over zulks zijn gedaan verzoek, met last op den secretaris de brieven van vrijdom in forma te vervaardigen.

Paramaribo, 21 februarij 1820

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion

De geannexeerde bijlagen geligt op heden den 14e maart 1820

Per procuratie J.J. Lentz

N.L. Braam


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 447, inventarisnr. 704, sessie december 1819, bijlage 46/ gsc 20-1-1820, 6/ nr. 271/DK:447.704.12.46.lentz