Manumissierekest Weesmeesters der Portugese Israelitische Gemeente inzake Betje (1819)

Aan den Edelen Achtbaren Hove van Politie en

Criminele Justitie der kolonie Surinamen

Geeven reverentelijk te kennen Weesmeesteren der Portugeesche Israëlitische Gemeente, als beherende den boedel wijlen de weduwe E.C. Lobato. Dat bij overleiding van gemelde weeduwe E.C. Lobato, aan de supplianten is opgegeven, dat zeker mulat meisje genaamt Betje, dochter van de negerin Venus, de vrijdom moeste erlangen, zoo als de supplianten ten blijke van den gemelden boedel hebben gevonden quitantie, van de door de overleedene aan het kantoor der kassa tegens de weglopers betaalde vrijdomsgeregtigheid en hierbij eerbiediglijk geannexeerd. Dat de supplianten in relatie uit dien hoofde, gehouden zijn brieven van manumissie ten behoeven gemeld mulat meisje te verzoeken, hebbende aan de secretaris de kosten daartoe staande voldaan, vide quitantie hierbij. Weshalven nemen de supplianten de vrijheid dezen Hove te adieeren, met ootmoedig verzoek om ‘sHofs auctorisatie op de heeren secretarissen om de manumissie brieven ten behoeven het mulat meisje Betje, dochter van de negerin Venus voornoemd, te vervaardigen en aan de supplianten te extradeeren. Imploreerende etc.

Paramaribo, den meij 1819.

M. Naar (weesmeester); Robles demedina (cassier weesmeester)

Wij ondergeteekenden, stellen ons tot borgen voor het voorwerp bij request vermeld, dat hetzelve in cas van onverhoopte armoede, niet door den lande zal worden onderhouden ingevolge teneur van het placaat desweegens gestatueerd.

M. Naar; Robles demedina.

’t Hof de gewoone affictie.

Paramaribo, 26 meij 1819

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove.

P.J. Changuion

Certificeere dat na voorafgegane advertentie ingevolge resolutie van den Hove van Policie en Krimineele Justitie dezer kolonie, niemand zich ter sekretarij heeft vervoegd, die eenig recht of pretensie heeft gesustineerd op ’t mulatte meisje Betje, aankomende den boedel wijlen de weduwe E.C. Lobato.

Paramaribo, 4 augustus 1819.

P.J. Changuion

’t Hof, gezien certificaat van geen actie of pretensie ten lasten de bij requeste gemelde mulat meisje te zijn ingekomen, als mede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard de suppliant te hebben voldaan aan de resolutie van dezen Hove, consenteerd over zulks hun gedaan verzoek, met last op den secretaris de brieven van vrijdom informa te vervaardigen.

Paramaribo, augustus 1819

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion

Bijlagen geligt den 11 augustus 1819

Robles demedina (kassier weesmeester)


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 447, inventarisnr. 703, sessie mei 1819, bijlage 40/ nr. 235/DK:447.703.5.40.weesmeesters