Manumissierekest Hendrikus inzake Truijtje (1819)

Aan den Edele Achtbaare Hove van Politie

en Crimineele Justitie deezer colonie etc. etc. etc.

Geeft met verschuldigde eerbied te kennen Frederik Jacobus Hendrikus. Dat hij suppliant ingevolge annexe quittantie, door koop eijgenaar is geworden van zeekere carboegermeijsje genaamd Truitje, dogter van de negerin Siras, weleer behoord hebbende aan Samuel van Heijstvlied. Voorts, dat hij suppliant, uit puure geneegenheijd geinclineerd is, om nu aan opgemelde kind den dierbaere schat van vrijdom te schenken en nadien zulx niet zonder approbatie en brieven van deezen Edele Achtbare Hove kan geschieden, zoo is het om reedene van dien dat hij zig neederig aan dezelve is wendende, ootmoedig verzoekende dat het dezelve niet alleen zal mooge behaegen, hier in gunstig te consenteeren maar ook heere secretaris te authoriseeren, de brieven van manumissie in obtima forma te doen vervaardigen als ook afteleeveren. En op dat blijken zal dat de boete op het vrijgeeven van slaaven is bepaald, aan de wegloopers kas behoorlijk voldaan is, neemt hij suppliant meede de vrijheijt recepis van gedagte comptoir hier aan te annexeeren, zulks overigens met referentie een gunstig approbatie imploreerende etc.

Paramaribo, den 13 meij 1819

F.J. Hendrikus

Ik ondergeteekende, Andries van Heijstvlied, stelle mij tot borg ten behoeve van het vrij te geevene carboeger meijsje Truijtje op dat hetzelve door onverhoopte gebrek niet te eeniger tijden ten laste van den lande komen te vervallen.

Paramaribo, den 13 meij 1819

A. Heijstvlied

’t Hof de gewoone affictie

Paramaribo, 19 meij 1819

C.R. Vailliant

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion

Certificeere dat na voor afgegane advertentie ingevolge resolutie van den Hove van Policie en Krimineele Justitie dezer kolonie, niemand zich ter sekretarij heeft vervoegd, die eenig recht of pretensie heeft gesustineerd op het carboeger meisje Truitje, aangekomen hebbende Samuel van Heijstvlied.

Paramaribo, 4 augustus 1819

P.J. Changuion

’t Hof, gezien certificaat van geen actie of pretensie ten lasten de bij requeste gemelde carboeger meisje te zijn ingekomen, als mede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard de suppliant te hebben voldaan aan de resolutie van dezen Hove, consenteert over zulks zijn gedaan verzoek, met last op den secretaris de brieven van vrijdom informa te vervaardigen.

Paramaribo, 4 augustus 1819

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion

Annexe bijlagen geligt den 10 september 1819. F.J. Hendrikus


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 447, inventarisnr. 703, sessie mei 1819, bijlage 27/ nr. 227/DK:447.703.5.27.hendrikus