Manumissierekest Koning en Braam inzake Charles, Philip en Mietje (1818)

Aan den Edelen Achtbaren Hove van Politie en

Crimineele Justitie der kolonie Surinamen etc. etc.

Geeven met verschuldigden eerbied te kennen Hendrik Willem Koning en Nicolaas Lambertus Braam als bij resolutie van dezen Hove de dato den 26 februarij 1817, nader aangestelde curators over twee mulatte jongens met namen Charles en Philip en het mulatte meisje genaamd Mietje, kinderen van de overledene negerin Roxanna, eertijds behoord hebbende aan wijlen de weduwe de Crepij. Dat de supplianten in hunne antecesseuren1 in relatie voormeld, procedure voor dezen Hove hebben geentameerd als eischeren in conventie en verweerders in reconventie ter eene op ende jegens David Moses Sanches gedaagde en eijser in voorzegd cas. Dat bij vonnis van deze Hove de dato 4e maart dezes jaars en gepronuntieerd den 11e daaraanvolgende, onder anderen in conventie is verklaard, voormelde voorwerpen volkomen geregtigd te zijn tot het acquireeren van den schat van vrijheid blijkens vonnis het welk de supplianten de vrijheid nemen hier bij te annexeren. Dat hangende voormelde procedures het meisje Mietje voornoemd, een jonge heeft geprocreerd genaamd Frans. Dat de supplianten het benefice bij opgedagt vonnis vervat, aan gezegde personen moeten doen erlangen, en ten dien effecte aan den lande hebben voldaan ingevolge annexe quittantie, de kosten van brieven van manumissie voor dezelven te weten voor Charles, Philip en Mietje alsook heden request gepresenteerd hebben, ten opzigte den lands geregtigheid voor het kind Frans zoon van voormelde mulattin Mietje. Redenen waaromme de supplianten dezen Hove adieeren met ootmoedig verzoek om brieven van manumissie ten behoeven de mulatte jongens Charles en Philip en de mulattin Mietje, kinderen van de negerin Roxanna, eertijds behoord hebbende aan wijlen de weduwe de Crepij. ’t Welk doende.

Paramaribo den augustus 1818, H.W. Koning qq; N.L. Braam qq.

Wij ondergeteekendens stellen ons tot borg en ten faveure den lande, dat de hier voren gemelde voorwerpen nimmer ten lasten denzelven zullen worden gealimenteerd ingevolge ten dien opzigten bij dezen Hove genomene resolutien. Dato als voren.

H.W. Koning qq; N.L. Braam qq

‘t Hof accordeert het gedaan verzoek, Paramaribo ..0 augustus 1818, C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove, P.J. Changuion

’t Hof, overweegende dat bij vonnis van het zelve geslagen den 4e maart dezes jaars 1818 en gepronuntieert den 11e daaraanvolgende, de 2 mulatte jongens Charles en Philip en ’t mulatte meisje genaamd Mietje kinderen van de overleden negerin Roxanna, eertjds behoord hebbende aan wijlen de weduwe Crepij, volkomen geregtigd zijn verklaard om den schat van vrijdom te acquireeren, en gelet op de gestelde borgtogt, consenteerd het gedaan verzoek, met last op den sekretaris om de brieven van vrijdom voor de drie bovengenoemde voorwerpen te doen vervaardigen, Paramaribo 13 augustus 1818, C.R. Vaillant.

Ter ordonnantie van den Hove, P.J. Changuion.

De bijlagen geligt den 1 december 1818, per order van de heeren Koning en Braam

Dd. Jb. Devries

Aan den Hove van Politie en Crimineele

Justitie der kolonie Surinamen etc. etc.

Geven reverentelijk te kennen Hendrik Willem Koning en Nicolaas Lambertus Braam, als bij resolutie van dezen Hove de dato den 26 februarij 1817, nader aangestelde curators over de twee mulatte jongens met namen Charles en Philip en het mulatte meisje genaamd Mietje, kinderen van de overleden negerin Roxanna, eertijds behoord hebbende aan wijlen de weduwe de Crepij. Dat zeker mestice kind genaamd Frans, zoon van de mulattin Mietje, over welke laatste benevens hare broeders Philip en Charles procedures voor dezen Hove zijn ge….. geweest contra D.M. Sanches, is geboren staande die procedures. Dat kragtens vonnis de dato 4 maart jongstleden, voormelde Mietje, Philip en Charles geregtigd zijn verklaard tot het acquireeren van den schat van vrijdom zoo als de supplianten ten dien einde heden requeste hebben gepresenteerd. Dat de supplianten ten opsigte van gemeld kind Frans, ignoreeren2, of ook voor hetzelve brieven van vrijdom moeten worden verzocht, dan anders of hetzelve als vrij geboren moet worden geacht uit hoofde ten tijde de geboorte van het kind, de moeder reeds als vrij kon worden geconsidereerd. Redenen waaromme de supplianten dezen Hove adieeren, met ootmoedig verzoek dat het dezen Hove zal gelieve te behagen, bij hoogst deszelfs appointement te verklaaren, gemeld mestice kind Frans, zoon van de mulattin Mietje, wier moeder was de negerin Roxanna, weleer aangekomen hebbende vrouwe weduwe de Crepij, vrij geboren te zijn, of wel indien den Hove mogte vermenen zulks geene plaats te hebben, in welke geval dan de supplianten zijn verzoekende ten faveure van hetzelve kind te willen verlenen brieven van manumissie, het zij zonder den lande eenige rechten te betalen, het zij nadat de supplianten van de voldoening derzelven hebben doen blijken verzoekende ten dien einde in het laatste geval autorisatie. ’t Welk doende etc.

Paramaribo den 6 augustus 1818

H.W. Koning qq; N.L. Braam qq.

’t Hof stelt deze in handen van Heeren Gecommitteerden tot de Zaken van de Weeskamer om consideratie en advis.

Paramaribo 10 augustus 1818

C.R. Vaillant.

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion

’t Hof, gezien de nevenstaande requeste om interpretatie of het mustice kind Frans geboren uit het mulatte meijsje Mietje, hangende de procedures over derzelver vrijdom, al of niet moet geconsidereert worden als vrij, verklaart gemelde mustice kind Frans te zijn vrij gebooren, alzo geene brieven van vrijdom te behoeven of nodig te hebben.

Paramaribo 4 september 1818

C.R. Vailliant

Ter ordonnantie van den Hove, P.J. Changuion

Surinaamsche Courant 22 mei 1811 nr. 41: D.M. Sanches plaatst een advertentie waarin hij bekend maakt dat zijn weggeloopen “2 jongens, de ene genaamd Philip zijnde een carboeger en de andere genaamd charles, mulat, beyde aan mynin eigendom toebehoorende”

1 Voorganger; voorouder; voorzaat; voorvader; voorganger

2 niet weten; onkundig zijn


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief:
filmnr. 446, inventarisnr. 701, sessie augustus 1818, bijlage 25 en 26/ nr. 160; 161; 162; 163.
filmnr. 444, inventarisnr. 697, sessie mei 1817, bijlage 28.
filmnr. 447, inventarisnr. 703, sessie mei 1819, bijlage 36.
filmnr. 442, inventarisnr. 695, sessie augustus 1816, bijlage 38
DK:446.701.8.25en26.koningenbraamcharlesenphilip