Manumissierekest Bronovo inzake Jetta en Jennij (1818)

Aan den Edele Achtbaare Hove van Politie en

Crimineele Justitie der colonie Suriname etc. etc.

Geeft met verschuldigde eerbied te kennen J.J. Bronovo als in huwelijk hebbende Elisabeth Bedloo laatst weduwe W.H. Eijma. Dat hij suppliant nomine uxoris, door ruiling teegens een manneger genaamt London, eigenaar zijnde geworden van de mustice genaamd Jetta, behoord hebbende aan de plantagie Waijamoe, onder conditie nogthans, dat dezelve mustice Jetta zo spoedig mogelijk bij deze Edele Achtbaare Hove zoude worden vrijgegeeven, zoo als zulks verder consteerd uit de verklaring door heeren administrateuren van opgemelde plantagie Waijamoe afgegeeven ten deze geannexeerd. Dat tot den boedel van nu wijlen W.H. Eijma is behoorende het negermeisje genaamd Jennij, dochtertje van de negerin Hendrina, welke den overledene bij zijne testamentaire dispositie heeft begeerd met den schat van vrijdom zoude worden begunstigd. Dat hij suppliant alnu zeer genegen zijnde aan de voornoemde twee stuks slaaven den dierbaare schat van vrijdom te schenken, ten dien einde de daartoe staande poenaliteiten en landsgerechtigheeden heeft betaald, ingevolge quitantien meede ten deeze annex. Weshaven den suppliant met alle eerbied de vrijheid is neemende zich te keeren tot Uw WelEdele Gestrenge en Edele Achtbaare Heeren ootmoedig verzoekende, authorisatie op den heer secretaris dezer colonie om brieven van manumissie voor de genoemde mustice Jetta en het negermeisje Jennij in optima forma te vervaardigen en aan hem suppliant uittereiken. Imploreerende etc.

Paramaribo den junij 1818

J.J. Bronovo

Ik ondergetekende, stelle mij tot borg voor de bij requeste genoemde twee stuks slaaven met naamen Jetta en Jennij, dat dezelven nooit of immer ingevalle van armoede, tot lasten van den lande zullen komen; sub poene confessi et confictie, Paramaribo dato ut supra.

God. Malmberg.

Het Hof de gewoone affictie, Paramaribo 3 augustus 1818, C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove, P.J. Changuion

Certificeere dat na voor afgegaane advertentie ingevolge resolutie van den Hove van Policie en Crimineele Justitie dezer kolonie, niemand zich ter secretarij heeft vervoegd, die eenig recht of pretensie heeft gesustineerd op de mustice Jetta, aangekomen hebbende de plantage Waijamoe, en het neger meisje Jennij, aankomende den boedel nu wijlen W.H. Eijma.

Paramaribo 8 december 1818

P.J. Changuion

’t Hof, gezien certificaat van geen actie of pretensie ten lasten de bij requeste gemelde mustice te zijn ingekomen, als mede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard de suppliant te hebben voldaan aan de resolutie van dezen Hove, consenteerd over zulks het gedaan verzoek, met last op den sekretaris de brieven van vrijdom informa te vervaardigen.

Paramaribo den 9 december 1818

C.R. Vaillant.

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion.

Bijlagen geligt, Paramaribo den 23 november 1826, J.W. van Halm


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 446, inventarisnr. 701 sessie augustus 1818, bijlage 16/ nr. 153; 154/ DK:446.701.8.16.bronovo