Manumissierekest Mey, de inzake Marie (1818)

Aan den Hoog Edele Gestrenge Heer mr. Cornelis Rijnhard Vaillant,

Gouverneur Generaal ad interim der kolonie van Suriname, mitsgaders

opperbevelhebber van de land en zeemagt binnen dezelve etc. etc. etc.

Bij non sessie van den Edele Achtbaare Hove van Politie en Krimineele Justitie der voorschreeve kolonie etc. etc.

Geevt met verschuldigde eerbied te kennen H.W. de Meij. Dat hij suppliant door koop eigenaar is geworden van de mustice meijd genaamd Marie, eertjds behoord hebbende aan C. Woelfing, uitwijzens quitantie hier bij onder no. 1 eerbiediglijk geannexeerd. Dat voornoemde mustice meid heeft geprocreeerd een castice dogter genaamd Adriana. Dat hij suppliant de voornoemde mustice Maria en haar castice dogter Adriana gaarne wenschte te beneficeeren met de schat van vrijdom, tot dat einde ook aan den lande heeft betaald de daar toe staande boete, of vrijdomgerechtigheid, mitsgaders de legessen aan de secretarij deezer colonie, blijkens annexe quitantie onder no. 2. Reeden waar omme de suppliant de vrijheid is neemende Uw Hoog Edele Gestrenge te adieeren, ootmoedigst versoekende, brieve van manumissie en vrijdom voor voornoemde mustice meid Marie en haar castice dogter Adriana in communi forma, met authorisatie op den heer secretaris om dezelve brieve te vervaardigen, en aan den suppliant te extradeeren. ’t Welk doende etc.

Paramaribo den 11 junij 1818

H.W. de Meij.

Ik ondergeteekende stelle mij als borg voor de vrijdom van de bij ommestaande requeste benoemde mustice meid Marie, en haar castice dogter Adriana, ten zulke fine dat dezelve mustice meid en haar dogter in cas van armoede niet zal vallen ten lasten van den lande.

Paramaribo dato ut supra, weduwe J. Warnaer geboore de Meij

De Hoog Edele Gestrenge de Gouverneur Generaal ad interim accordeert de gewoone affictie, met invitatie der geenen die eenig regt van oppositie vermeenen te hebben om zig deswegens voor den 9 julij te addresseeren, Paramaribo 16 junij 1818, C.R. Vaillant.

Ter ordonnantie van den Hove, P.J. Changuion

Certificeere dat na voor afgegaane advertentie ingevolge resolutie van den Hove van Policie en Crimineele Justitie dezer kolonie, niemand zich ter secretarij heeft vervoegd, die eenig recht of pretensie heeft gesustineerd op de mustcin genaamd Maria en haar dogtertje Adriana, aangekomen hebbende C. Woelfing.

Paramaribo den 1e julij 1818

P.J. Changuion

De Gouverneur Generaal, bij non sessie van den Hove, gezien certificaat van geen actie of pretentie tot laste van de bij requeste gemelde slavinnen te zijn ingekomen, als mede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard den suppliant te hebben voldaan aan de resolutie van dezen Hove, consenteerd overzulks het gedaan verzoek, met last op den secretaris de brieven van vrijdom te vervaardigen.

Paramaribo den 1e julij 1818

C.R. Vaillant.

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion.


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 446, inventarisnr. 701 sessie augustus 1818, bijlage 2/ nr. 151; 152/DK:446.701.8.2.demeij