Manumissierekest Hoemeyer inzake Jael (1818)

Aan den Edele Achtbaare Hove van

Politie en Crimineele Justitie deezer colonie etc. etc.

Geeft met alle verschuldigde eerbied te kennen, F.G. Hoemeyer. Dat hij suppliant met smerte moete zien dat zijne moeder Jael, behoorende aan de plantagie Quapibo, in slavernij bevindende en huurpenningen moeten opbrengen, uit hoofde van haar ziek, van jaar tot geen nut van bovengemelde plantagie kan strekken, buiten staat gesteld is om eenige handwerken te kunnen doen .. voor de eigenaaren van bovengemelde plantagie goedgevonden, en ten beste geoordeeld, ten voordeelige van meergemelde plantagie te verhuuren en dat hij suppliant gaarne zoude wille koopen, om haar uit de slavernije te ontheffen en de schat van vrijdom toe te schenken, en dat sulks niet kan geschieden alvoorens zig met versoek te keeren bij deesen Edele Achtbaare Hove.

Reeden waarom hij suppliant zig bij deese Edele Achtbaare Hove te keeren, met alle neederigste smeeken in consideratie gelieve te neemen, hoe hard voor hem suppliant als zoon zijnde, zijne moeder in slavernij te zien, zo is hij suppliant smeekende aan deese Edele Achtbare Hove, grasieuselijk te verleenen appoinctement met authorisatie aan de eigenaaren van meergemelde plantagie Quapibo, om meergemelde mulattin Jael, moeder van de suppliant te doen priseeren en ’t montant van het gedaan prisatie, aan de suppliant te verkoopen voor den schat van vrijdom.

Imploreerende hierop van deese Edele Achtbare Hove een gunstige en favorable dispositie. ’t Welk doende etc.

Paramaribo den 25 meij 1818

F. Homeijer

’t Hof steld deze in handen van Heeren Gecommitteerden tot de Zaken van de Weeskamer om daarop zo spoedig doenlijk te dienen van consideratien en advis

Paramaribo 1 junij 1818

C.R. Vaillant.

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion

’t Hof, gehoord de consideratien van Heeren Gecommitteerden, berigtende dat volgens bekomen informatien de administrateerende curatoren der plantagie Quapibo zig geen partij zouden stellen, accordeert het verzoek bij de nevenstaande requeste gedaan.

Paramaribo den 5 junij 1818

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 446, inventarisnr. 700, sessie mei 1818, bijlage 39/ DK:446.700.5.39.hoemeyer