Manumissierekest Jonas inzake Isaac (1818)

Aan den Edele Achtbaren

Hove van Politie en

Criminele Justitie der

kolonie Surinamen etc. etc.

Geeft met alle eerbied te kennen Jacob Fredrik Jonas.

Dat zeeker mulat, genaamd Isaac, aan hem suppliant had vertoond annex quitantie, inhoudende deszelfs koopschat, met verzoek om hem ter verkrijging zijnen brieven van vrijdom behulpzaam te zijn.

Dan vermits zulks niet kunnende geschieden alvoorens door dezen Edelen Achtbaren Hove daartoe werden gecommitteerd.

Redenen waaromme hij suppliant de vrijheid is neemende, zich te keeren, tot dezen Edelen Achtbaren Hove, ootmoedigst verzoekende, om hem suppliant te willen benoemen tot straatvoogd over gemelde mulat Isaac, ten einde hem behulpzaam te zijn, ter verkrijging zijnen brieven van vrijdom, van dezen Edele Achtbare Hove.

Hierop imploierende etc.

Paramaribo 23 meij 1818

Jacob Fredrik Jonas

’t Hof fiat ut petitum

Paramaribo 25 meij 1818

C.R. Vallant

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 445, inventarisnr. 700, sessie mei 1818, bijlage 31/ nr. 149/ DK:445.700.5.31.jonas