Manumissierekest Voemel inzake Massie (1818)

Aan den Edele Achtbaare Hove van Politie

en Kriminele Justitie der kolonie Suriname etc. etc.

Geeft met verschuldigde eerbied te kennen, Johannes Voëmel in qualiteit als executeur van den boedel wijlen Johan Michael Schiler. Dat nu wijlen voornoemde J.M. Schiler bij deszelfs testamentaire dispositie heeft begeerd dat zijn voornoemde executeur zoude tragten door koop magtig te worden des negerin Massie aankomende de plantagie d’Eendragt, geleegen in de Commetewanekreek, ten einde daar door haar ten kosten van zijn boedel uit den band der sla-vernij te ontheven, blijkens de hierbij geannexeerde testament. Dat hij suppliant ter opvolging van des testateurs wille, van de administrateurs der voormelde plantagie in ruiling heeft ge-kogt voornoemde negerin Massie, ingevolge de ten deeze gevoegd contract waar door hij thans in de geleegenheid is gesteld aan de begeerte van wijlen meergemelde J.M. Schiler te voldoen. Dierhalve hij suppliant in qualiteit voorzegd, de vrijheid is neemende zig is keerende tot Uw Hoog Edele Gestrenge en Edele Achtbaare Heeren, allerneederigst verzoekende aan hem te accordeeren brieve van manumissie voor opgemelde negerin Massie met authorisatie op den heer secretaris dezer kolonie dezelve in obtima forma te vervaardigen en uittereiken. ’t Welk doende etc. Paramaribo den april 1818.

Johannes Voëmel

bijlaagen geligd

Paramaribo den 10 augustus 1818

A. Sanson

Stelle mij tot borg voor J. Voëmel en ten behoeve de hier vooren vermelde negerin Massie, ten einde in kas van armoede zij niet zal komen te strekken tot laste van den lande conform de bij deze Hove ten dien opzigte genomene resolutie. Paramaribo dato ut supra.

A. Sanson

’t Hof de gewoone affictie.

Paramaribo 6 meij 1818

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion

Certificeere dat na voorafgegaane advertentie ingevolge resolutie van den Hove van Politie en Krimineele Justitie dezer kolonie, niemand zich ter secretarij heeft vervoegd, die eenig recht of pretensie heeft gesustineerd op de negerin Massie, aangekomen hebbende de plantagie d’Eendragt. Paramaribo 3 augustus 1818

P.J. Changuion

’t Hof, gezien certificaat van geen actie of pretensie ten lasten de bij rekweste gemelde negerin te zijn ingekomen, als mede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard den suppliant te hebben voldaan aan de resolutie van dezen Hove, consenteerd overzulks zijn gedaan verzoek, met last op den secretaris de brieven van vrijdom informa te vervaardigen.

Paramaribo augustus 1818.

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion.


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 445, inventarisnr. 700, sessie mei 1818, bijlage 12/ nr. 144/ DK:445.700.5.12.voemel