Manumissierekest Desmontiers inzake Maria (1818)

Aan Zijne Excellentie den Hoog Edele

Gestrenge Heer Mr. Cornelis Rijnhard Vaillant,

Gouverneur Generaal ad interim

en opperbevelhebber over de Land en Zeemagt

in de colonie Suriname etc.etc. etc.

Bij non sessie van den Edele Achtbaare Hove van Politie en Crimineele Justitie der voorschreeve colonie etc. etc.

Geeft met de meeste eerbied te kennen Chs. Des Monstiers.

Dat hij suppliant door ruijling teegens een man neger genaamd Willem, eigenaar is geworden van de mulattin Maria, dogter van de negerin Lavalière, behoord hebbende aan de plantage ’s-Gravenhagen, uijt wijzens de hierbij met alle reverentie overgelegde verklaaring, afgegeeven door de beheerders van opgenoemde plantage, gesterkt met de daarondergestelde approbatie van F. Taunaij qq en de huidige agendarissen van het fonds van J. en F. van Marselis te Amsterdam waaronder dezelve plantage is gehoorende, onder de speciaale mits en conditie dat de meergemelde mulattin Maria bij de eerste sessie van den Edele Achtbaare Hove van Politie en Crimineele Justitie zal worden gemanumiteerd. Dat den suppliant ter voldoening aan de meergemelde conditie, de vrijheid neemt aan Uwe Excellentie goedgunstige aanschouw voor te draagen de verre gevorderde zwangerschap van deeze mulattin Maria, en mits dien bij non sessie van welgemelde Hove van Politie en Crimineele Justitie deezer colonie, Uw Hoog Edele Gestrenge te verzoeken brieven van manumisse voor gemelde mulattin Maria, dogter van de negerin Lavalière, met verdere authorisatie op den heer secretaris der vergadering van welgemelde Hove om de nodige advertentie zonder verwijl te doen, en na dezelve tot een bepaalde tijd te hebben gedaan, alsdan aan de suppliant uittereiken de brieven van manumissie voor gemelde mulattin Maria in optima forma …… en in alle gevalle dat het Uw Excellentie mooge behaagen te verklaaren dat zulks met ‘sHoves aanstaande sessie die in de maand meij staat gehouden te worden, aan den suppliant zal werden uitgevaardigt zijnde ‘slands geregtigheeden reeds voldaan. Hierop is den suppliant een gunstige dispositie allerneedrigst imploreerende etc.

Paramaribo den 4 april 1818

C. Desmonstiers.

Annexe bijlagen geligt den 12 maij 1818

…………..van Onna

Stelle mij tot borg ingevolge ‘slands placaaten voor de hierin gementioneerde vrij te maakene mulattin genaamd Maria.

Paramaribo dato ut supra

J.G. van Onna

Fiat de gewone affictie, na dat volgens gewoonte alvorens behoorlijk borg zal zijn gesteld, waarvan niet blijkt, met bepaling dat die eenig regt of pretentie op de slavin mogt hebben, daarvan voor de aanstaande sessie van den Hove in de maand mei opgave zal hebben te doen.

Paramaribo 6 april 1818

De Gouverneur Generaal bij non sessie van den Hove

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion

Certificeere dat na voorafgegaane advertentie ingevolge resolutie van den Hove van Policie en Crimineele Justitie dezer kolonie, niemand zich ter secretarij heeft vervoegd, die eenig recht of pretensie heeft gesustineerd op de mulattin Maria, aankomende Chs. Des Monstiers.

Paramaribo den 30 april 1818

P.J. Changuion

De Gouverneur Generaal, bij non sessie van den Hove, gezien certificaat van geen actie of pretensie tot lasten van de bij rekweste gemelde mulattin te zijn ingekomen, als mede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard den suppliant te hebben voldaan aan de resolutie van dezen Hove, consenteerd over zulks zijn gedaan verzoek, met last op den secretaris de brieven van vrijdom in forma te vervaardigen.

Paramaribo den 4 meij 1818

C.R. Vaillant.

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion.


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 445, inventarisnr. 700, sessie mei 1818, bijlage 8/ nr. 140/ DK:445.700.5.8.desmontiers