Manumissierekest Comvalius inzake Lakij (1818)

Aan den Edele Achtbaare Hove van Politie

en Crimineele Justitie der Kolonie van Suriname etc. etc.

Geeft met alle eerbied te kennen Adriaan Johannes Comvalius.

Dat hij suppliant ingevolge de hier bij geannexeerde extract resolutie aangesteld en gecommitteerd zijnde tot straat voogd over de neger Lakij, bij den doop genaamd Johannes Martinus, behoord hebbende aan den boedel van wijlen F.W. Dumenie, ten einde voor hem van dezen Edele Achtbaare Hove te obtineeren brieven van vrijdom. Reedenen waaromme hij suppliant zig is keerende tot deezen Edele Achtbaare Hove, allernedrigst verzoekende welgemeld dezelven goedgunstig mag behagen voor hem suppliant voor opgemelde neger Lakeij, bij den doop genaamd Johannes Martinus, behoord hebbende aan den boedel van wijlen F.W. Dumenie, te verleenen brieven van manumissie in obtima forma, met authorisatie op heeren secretarissen deser kolonie deselve te vervaardigen en aan hem suppliant te extradeeren. ’t Welk doende.

Paramaribo den 11 maart 1818

A.C. Comvalius

Geannexeeerd bijlagen geligt den 16 maij 1818

A.C. Comvalius

Ik ondergetekende, verklaare mij te stelle tot borg conform de deswegens bij den Edele Achtbaare Hove van Politie geemaneerde publicatie, dat de bij requeste gementioneerde neger Lakaij, bij den doop genaamd Johannes Martinus, nimmer tot lasten van den lande zal komen te vallen.

Paramaribo den 11 maart 1818

A.H. Comvalius

‘t Hof accordeert de gewoone affictie.

Paramaribo den 11 maart 1818

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion

Certificeere dat na voorafgegaane advertentie ingevolge resolutie van den Hove van Policie en Krimineele Justitie dezer kolonie, niemand zich ter secretarij heeft vervoegd, die eenig recht of pretensie heeft gesustineerd op het neger Lackeij, bij den heiligen doop genaamd Johannes Martinus, aangekomen hebbende den boedel wijlen F.W. Dumenie.

Paramaribo 6 meij 1818

P.J. Changuion

’t Hof, gezien certificaat van geen actie of pretensie ten lasten de bij requeste gemelden neger te zijn ingekomen, als mede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard de suppliant te hebben voldaan aan de resolutie van deze Hove, consenteerd over zulks zijn gedaan verzoek, met last op den secretaris de brieven van vrijdom in forma te vervaardigen.

Paramaribo

C.R. Vaillant.

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion.


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 445, inventarisnr. 700, sessie februari 1818, bijlage 28/ nr.139/ DK:445.700.2.28.comvalius