Manumissierekest Comvalius inzake Lakij (1818)

Aan de Edele Agtbaare

Hove van Politie en

Crimineele Justitie der

colonie Suriname etc. etc. etc.

Geeft met verschuldigde eerbied te kennen Adriaan Johannis Comvalius jr.

Dat zeeker neeger, genaamd Lakij, bij den heiligen doop der catolijke gemeente genaamd Johannis Martinus, aangekomen hebbende den boedel nu wijlen F.H.W. Dumenie, zig bij den suppliant heeft vervoegd en ter hande gesteld, de hier bij geannexeerde quitantie van uitkoop, met verzoek hem behulpzaam te zijn, tot het verkrijgen van zijn vrijdoms brief.

Om welke reeden hij suppliant de vrijheid is neemende zig te keeren tot deezen Edele Agtbaare Hove, allernederigst verzoekende hoogst derzelver welbehagen, om hem suppliant te committeeren tot straatvoogd over gemelde neeger Lakij, bij den heiligen doop der catolijke gemeente genaamd Johannis Martinus, ten einde voor hem van deeze Edele Agtbaare Hove te obtineeren brieven van manumissie of vrijdom in forma, en den hove secretaris te authoriseere, daarvan extract uit de notulen aftegeeven zonder resumptie. Imploreerende etc.

Paramaribo den 7e februarij 1818

A.C. Comvalius.

quittantie geligt A.C. Comvalius qq


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 445, inventarisnr. 700, sessie februari 1818, bijlage 7/ nr. 133/DK:445.700.2.7.comvalius