Manumissierekesten in Suriname

Manumissierekest Preeger inzake Maria en Madelijntje (1817)

Aan den Edelen Achtbaare Hoove van Politie

en Krimineele Justitie der colonie Surinaame etc. etc.

Geeft met verschuldigde eerbied te kennen Marjanna Preeger. Dat zij suppliante gaarne aan het haar in vrije en onbelaste eigendom behoorende mulatte meisje Maria, dogter van de negerin Fotootje, en het indiaansche meisje Madeleintje, den dierbaare schat van vrijdom willende schenken. Dan vermits zulks niet dan met consent en approbatie van deeze Edele Achtbaaren Raad kan geschieden. Reedene waaromme zij suppliante de vrijheid is neemende zich te wen-den tot Uw Hoog Edele Gestrenge en Edele Achtbare Heeren, aller neederigst verzoekende het Uw Hoog Edele Gestrenge en Achtbaare mooge behaagen, den heer secretaris deezer colonie te authoriseeren om de vereischt wordende brieven van vrijdom voor opgemelde mulatte meisje Marie en indiaansch meisje Madelijntje te vervaardigen en aan haar suppliante aftegeeven. ’t Welk imploreerende etc.

Paramarbo den augustus 1817

X neevenstaande kruijs is door de vrije Marjanna Preger voor haar gewone handteekening in mijn presentie te needer gesteld.

Sam-l Louisz.

Stelle mij tot borg en principaale schuldenaar ten behoeve de hier vooren vermelde mulatte meisje Marie en indiaanschmeisje Madelijntje, ten einde in cas van armoede, zij niet tot laste van de lande koomen te vervallen conform de ten dien reguarde genoome resolutie.

Paramaribo datum ut supra

J.H. Rooswijk

Het hof verleent de gewone affichij en annonce

Paramaribo 27 augustus 1817

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion

Certificeere dat na voorafgegaane advertentie ingevolge resolutie van den Hove van Politie en Crimineele Justitie dezer colonie, niemand zich ter secretarij heeft vervoegd, die eenig recht of pretentie heeft gesustineerd op het mulatte meisje Marie en indiaansche meisje Madelijntje, aankomende Marjanne Preeger.

Paramaribo den 8 december 1817

P.J. Changuion

’t Hof, gezien certificaat van geen actie of pretentie tot lasten van de bij requeste genoemde slavinnen te zijn ingekomen, als mede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard de suppliante te hebben voldaan aan de resolutie van deeze Hove, consenteerd over zulks haare gedaane verzoek, met last op den secretaris de brieven van vrijdom informa te vervaardigen.

Paramaribo den 8e december 1817

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove.

P.J. Changuion


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 444, inventarisnr. 698, sessie augustus 1817, bijlage 26/ nrs. 111; 112 / DK:444.698.8.26.preeger