Manumissierekesten in Suriname

Manumissierekest Kennedij inzake Quacoe (1817)

Aan den Edelen Achtbaaren Hove van Politie en Crimineele Justitie dezer kolonie etc. etc.

Geeft met gepaste eerbied te kennen, H.J. Kennedij. Dat hij suppliant uit hoofde zijner aanhoudende ziekelijke omstandigheden, te rade is geworden, tot herstel zijner gezondheid zich voor eenige tijd na Europa te begeeven. Dat hij uit dien hoofde tot zijne bediening aldaar en wel voornamenlijke op dezelvs reise benodigd heeft eene neger genaamd Quacoe, aan hem suppliant in vrijen eijgendom toebehorende, en welke neger door veele gedane diensten aan hem ge ……, zo is het dat den suppliant zich is keerende tot dezen Edelen Achtbaren Hove met verzoek om aan dezelve neger 7, bij anticipatie te vergunnen brieven van manumissie. Dan daar volgens de gemaakte bepalingen geen neger mag worden vrijgegeven dan na dat dezelve alvoorens eene zekere tijd in de kouranten bekend gemaakt is en ook niet uit de kolonie mag worden gebracht, dan na dat dezelve jaar en dag is vrij gegeven. Zo is den suppliant verders verzoek dat het dezen Hove moge behagen, de suppliant van de hier voren opgegevene bepalingen te libereeren uit hoofde van de noodzakelijkheid van deszelvs spoedig vertrek hetwelk bepaald is in het laatst van deze maand augustus waar door dus aan bovengemelde bepalingen niet kan voldaan worden. En hier op is den suppliant een gunstig dispositie imploreerende etc.

Paramaribo 7 augustus 1817

H.J. Kennedij

De bijlagen ontvangen, Paramaribo 6 januarij 1818, Heidweiller

Ik ondergetekende, stelle mij tot borg dat bovengenoemde neger Quacoe nimmer ten lasten van den lande vervallen zal. Datum ut supra. A.J. Heidweiller

‘t Hof accordeert ‘t gewoon appoinctement van affichij en advertentij in de kouranten, met invitatij aan de geenen die zig zouden willen opposeeren, om hunne redenen van oppositij voor of op den 20 dezer maand aug. ten secretarij inteleveren.

Paramaribo 8 augustus 1817

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion

Certificeere dat na voor afgegane advertentie ingevolge resolutie van den Hove van Policie en Krimineele Justitie dezer kolonie, niemand zich ter secretarij heeft vervoegd, die eenig regt of pretentie heeft gesustineerd op de neger genaamd Quacoe, behoorende aan den heere H.J. Kennedij.

Paramaribo den 20 augustus 1817

P.J. Changuion

’t Hof, gezien certificaat van geen actie of pretentie ten lasten de bij requeste gemelde neger te zijn ingekomen, als mede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard de suppliant te hebben voldaan aan de resolutie van dezen Hove, consenteerd over zulks zijn gedaan versoek, met last op den secretaris de brieven van vrijdom in forma te vervaardigen.

Paramaribo den augustus 1817

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove.

P.J. Changuion


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
NNationaal Archief: filmnr. 444, inventarisnr. 698, sessie augustus 1817, bijlage 20/ nr. 103 / DK:444.698.8.20.kennedij