Manumissierekesten in Suriname

Manumissierekest Bedlo van inzake Jan (1817)

Aan den Edele Achtbaare Hove van Politie en Crimineele Justitie der colonie Surinaame etc.

Geeft met verschuldigde eerbied te kennen Dina van Bedlo. Dat zij suppliante in eijgendom is bezittende een mulatte jonge genaamd Jan, zoon van de negerin Constantie, aan welke zij suppliante geneegen is, de dierbaare schat van vrijdom te schenken, dan vermits zulx niet kunnende geschieden, alvoorens de goedkeuring van deezen Edele Achtbaare Hove te hebben geobtineerd. Dierhalven de vrijheijd is neemende zig te keeren tot UHoog Edele Gestrenge en Edele Achtbaare Heeren, aller neederigst verzoekende, wel gemelde dezelve moogen behaagen heeren secretarissen deezer colonie te authoriseeren, om de noodige brieven van manumissie voor op gemeld mulatte jonge Jan te vervaardigen en aan haar suppliante te extradeeren. ’t Welk doende etc.

Paramaribo den 28 julij 1817

Certificeere dat dit X kruijs door de vrije Dina van Bedlo in mijn prezentie ter needer gesteld, declareerende niet anders te kunnen teekenen (dat ik getuijge)

S. Alexander.

Annexe bijlaagen geligd den 15 december 1817

X neevenstaande kruis is door de vrije Dina van Bedloo voor haar gewoonlijk handteekening ter neder gesteld ’t welk getuijge.

Isaac Delprado

Stelle mij tot borg voor de vrije Dina van Bedlo, ten behoeve de hier vooren vermelde mulatte

jonge Jan, ten eijnde in cas van armoede niet zal koomen te vervallen tot lasten van den lande, conform de ten dien opzigte genoomene resolutie.

Paramarbo dato ut supra

S. Alexander

Het hof accordeert de gewoone affichij en bekendmaking door de kouranten.

Paramaribo 8 augustus 1817

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove

P.J. Changuion

Certificeere dat na voorafgegaane advertentie ingevolge resolutie van den Hoove van Politie en Crimineele Justitie deeser colonie, niemand zich ter secretarij heeft vervoegd, die eenige recht of pretentie heeft gesustineerd op de mulatte jonge genaamd Jan zoon van de neegerin Constantia, aangekomen hebbende Diena van Bedloo.

Paramaribo 8 december 1817

P.J. Changuion

’t Hoff, gezien certificaat van geen actie of pretentie tot lasten van de bij requeste genoemde mlatte jonge te zijn ingekomen, als meede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard de suppliante te hebben voldaan aan de resolutie van dezen Hove, consenteerd over zulks haare gedaane verzoek, met last op den secretaris de brieven van vrijdom in forma te vervaardigen.

Paramaribo den 8e december 1817

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove.

P.J. Changuion


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 444, inventarisnr. 698, sessie augustus 1817, bijlage 10/ nr. 99/ DK:444.698.8.10.bedlo