Manumissierekesten in Suriname

Manumissierekest Keijzer inzake Maria (1816)

Aan den Edele Achtbaare Hove

van Politie en Crimineele Justitie dezer colonie etc. etc.

Geeft met verschuldigde eerbied te kennen Hermanus Joseph Keijzer. Dat hij suppliant van de weduwe A.M. Eliazer tot eene geschenk oft present heeft gekreegen, eene mustice kind bij den heiligen doop genaamd Maria van Alexander, dogtertje van de mulattinne genaamd Meintje onder conditie nogthans, dat hij suppiant verpligt zal zijn, voor dit kind de vrijdom te obtineeren ten zijnen kosten ingevolge annex bewijs. Dat hij suppliant ter voldoening aan de conditie hiervooren vermeld, dan ook de puna…..t daar op staande zo ten kantoore der wegloopers kassa, als ter secretarij deezer colonie heeft betaald, blijkens de ten deeze geproduceerde quittantien. Weshalven dan de suppliant de vrijheid neemd, zich te keeren, tot deezen Achtbaare Hove, ootmoedigst verzoekende, de noodige brieven van vrijdom voor opgemelde mustice kind, bij den heiligen doop genaamd Maria van Alexander, dogtertje van de mulatinne Meintje, te willen verleenen, met authorisatie op deszelfs heer secretaris dezelve aan den suppliant af te geeven. ’t Welk doende.

Paramaribo den 23e aug 1816

H.J. Keijser

Stelle mij tot borg voor de vrijdom in vorenstaande requeste vermeld, onder alle zodanige wetten als ten dien opzichte reeds of nog gestatueerd mogte worden.

Param dato ut supra

Henry Schotsborg

’t Hof accordeert de gewoone affichij

Paramaribo 30 aug 1816

C.R. Vailliant

Ter ordonnantie van den Hove.

P.J. Changuion

Certificeere dat na voor afgegaane advertentie ingevolge resolutie van den Hove van Politie en Crimineele Justitie dezer colonie, niemand zich ter secretarij heeft vervoegd, die eenig recht of pretensie heeft gesustineerd op het mustice kind bij den heiligen doop genaamd Maria van Alexander, aangekomen hebbende de weeduwe A.M. Eliazer.

Paramaribo 9 december 1816

P.J. Changuion

’t Hof, gezien certificaat van geen actie of pretentie tot lasten van de bij requeste genoemde mustice kind te zijn ingekomen, als mede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard de supplianten te hebben voldaan aan de resolutie van desen Hove, consenteerd overzulks zijn gedane verzoek, met last op den secretaris de brieven van vrijdom in forma te vervaardigen.

Paramaribo den 9 december 1816.

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove.

P.J. Changuion


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 443, inventarisnr. 695, sessie augustus 1816, bijlage 48/ nr. 37/ DK:443.695.8.48.keijzer