Manumissierekesten in Suriname

Manumissierekest Boedel Walschaar inzake Madeleentje en Petronella (1816)

Aan den Edele Achtbaare Hove van Politie en

Crimineele Justitie deezer colonie etc. etc.

Geeven referentelijk te kennen J.E. van Onna, H.W. Koning en L.B. Slengarde, Curators der Nieuwe Wees Curateele en Onbeheerde Boedels Kamer deezer colonie, en in die relatie den boedel P. Walschaar beheerende. Dat den voormelde boedel van P. Walschaar in eigendom is bezittende, de mulattin Madeleentje en het mulatte meisje Petronella, waarvan de eerste afkomstig is van de plantage St. Eustatius, en de tweede van plantage Cortenduur, welke beijde voorwerpen de overledene van gemelden plantagien teegens andere slaaven heeft ingeruild, om dezelven ten zijnen kosten te mannumitteeren, waaraan de supplianten willen voldoen gemerkt den boedel solvent is. Waaromme de supplianten zijn verzoekende, het deeze Edele Achtbaare Hove mogen behaagen ten behoeven de mulattin Madeleentje, eertijds hebbende behoord aan plantage St. Eustatius en het mulatte meisje Petronella meede hebbende behoord aan plantage Cortenduur te willen verleenen brieven van mannumissie is deszelfs forma. Blijkens, de geannexeerde quittantien, zijnde landslasten als meede de legessen ter secretarije betaald, waarop imploreeren etc.

Paramaribo 29e augustus 1816

J.E. van Onna

H.W. Koning

L.B. Slengarde

(borgtochtstelling niet aangetroffen)

‘t Hof fiat de gewoone affichij

Paramaribo 30 aug 1816

C.R. Vailliant

Ter ordonnantie van den Hove.

P.J. Changuion

Certificeere dat na voorafgaande advertentie ingevolge resolutie van den Hove van Politie en Crimineele Justitie dezer colonie, niemand zich ter secretarij heeft vervoegd, die eenig recht of pretensie heeft gesustineerd op de mulattin Madeleentje, en het mulatte meisje Petronella, waarvan de eerste aangekomen hebbende de plantagie St. Eustatius en de tweede van de plantagie Cortenduur.

Paramaribo 9 december 1816

P.J. Changuion

’t Hof, gezien certificaat van geen actie of pretentie tot lasten van de bij requeste genoemde mulattin en het mulatte meisje te zijn ingekomen, als mede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard de supplianten te hebben voldaan aan de resolutie van desen Hove, consenteerd overzulks hunne gedaane verzoek, met last op den secretaris de brieven van vrijdom in forma te vervaardigen.

Paramaribo den 9 december 1816.

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove.

P.J. Changuion


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 443, inventarisnr. 695, sessie augustus 1816, bijlage 47/ nr. 39; 40. / DK:443.695.8.47.curators