Manumissierekesten in Suriname

Manumissierekest Rose en Mariana en Anna (1816)

Aan den Edele Achtbaare Hove van Politie en Crimineele Justitie der kolonie Suriname etc.

Geeft met verschuldigde eerbied te kennen J.H. Rose, directeur wonende thans op plantagie Voorburg. Dat hij suppliant, van de heeren administrateuren van gezegde plantagie Voorburg voor een manneger heeft geruild, de mulattin genaamd Mariana, en door koop eigenaar is geworden van het mustice kind, het welke bij den heiligen doop genaamd is Anna Catharina, dogter van genoemde mulattin Mariana. Dat bij de ruijling en koop bedongen is den suppliant de mulattin Mariana en haar dogter Anna Catharina ten zijne kosten zal hebben te manumitteeren, alles blijkens bewijsen hier bij eerbiedig geannexeerd. Reedenen waaromme den suppliant zig met zooveel eerbied als gepaste vrijheid, zig wend tot UHoogEdele Gestrenge WelEdele Gestrenge en WelEdele Achtbaare Heeren, eerbiedig verzoekt brieven van vrijdom voor de mulattin Mariana met haare dogter bij den heilige doop genaamd Anna Catharina, met authorisatie op den heer secretaris van dezer Achtbaare Hove dezelve vrijbrieven te vervaardigen en aan den suppliant uittekeeren. Hebbende den suppliant ‘slands gerechtigheid ingevolge annexe quitantien betaald. En is den suppliant hier op een goed gunstig appoinctement imploreerende etc.

Plantagie Voorburg den augustus 1816.

J.H. Rose

Ik ondergeteekende, stelle mij voor de mulattin Mariana met haar dogter het mustice meisje bij den heilige doop genaamd Anna Catharina, tot borg ingevolge placaten en wetten bij dezen Hove reeds bepaald en vast gesteld en nog te bepalen en vast te stellen ten opzigten van vrij te geven personen, dat dezelve nooit of nimmer tot lasten van den lande zullen komen te vervallen onder verband als na rechten.

S. Nieuwland.

’t Hof fiat de gewone affichij

Paramaribo 30 augustus 1816

C.R. Vailliant

Ter ordonnantie van den Hove.

P.J. Changuion

Certificeeren dat na voor afgegaane advertentie ingevolge resolutie van den Hove van Politie en Crimineele Justitie deezer colonie, niemand zich ter secretarij heeft vervoegd, die eenig regt of pretentie heeft gesustineerd op de mulattin Mariana en haar kind bij den hijlige doop genaamd Anna Catharina, weleer behoord hebbende aan de plantagie Voorburg.

Paramaribo 9 december 1816

P.J. Changuion

’t Hof, gezien certificaat van geen actie of pretentie tot lasten van de bij requeste genoemde mulattin met haar mustice kind te zijn ingekomen, als mede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard de suppliant te hebben voldaan aan de resolutie van desen Hove, consenteerd overzulks zijn gedaan verzoek, met last op den secretaris de brieven van vrijdom in forma te vervaardigen.

Paramaribo den 9 december 1816.

C.R. Vaillant

Ter ordonnantie van den Hove.

P.J. Changuion


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 443, inventarisnr. 695, sessie augustus 1816, bijlage 46/ nr. 42; 43. / DK:443.695.8.46.rose