Manumissierekest Sweevel van inzake Dorothea (1816)

Aan den Edele Achtbaare Hove van Politie

en Crimineele Justitie der colonie Suriname etc. etc. etc.

Geeft met alle eerbied te kennen Joris van Sweevel. Dat hij suppliant door koop eijgenaar is geworden van een mustice meisje genaamt Dorothea aangekoomen hebbende de plantagie Naccarackibo, blijkens de vier quittantien hier bij annex. En aangesien hij suppliant geneegen is gemelde mustice mesje Dorothea den schat van vrijdom te schenken. Daar door dien sulks niet kan geschieden zonder de gunstige toe stemming van deeze Edele Achtbaare Hove. Zoo neemt hij suppliant bij deeze de vrijheid zich te keeren tot deeze Edele Achtbaare Hove oot-moedigst versoekende brieven van vrijdom voor meer gemelde mustice meisje Dorothea, met last op heeren secretarissen dezelve te vervaardigen en aan den suppliant te extradeeren. Sijnde de daar toe staande kosten voor vrijdom geregtigheid aan ’t comptoir der cassa teegens de wegloopers en leges ter secretarij deeser colonie betaald blijkens quittantien hier annex. Hierop hij suppliant een gunstige dispositie aller needrigst imploreerende.

Paramaribo den 29 maij 1816

J. van Sweevel

De bijlagen geligt

Paramaribo 23 september 1816

J. van Sweevel

Russel

Stelle mij tot borg voor den Heer J. van Sweevel ten behoeven………….vooren vermelde mustice meijsje genaamd Dorothea, ten eijnde in cas van armoede niet tot lasten van den lande zal koomen te vervallen conform de bij deese Hove ten dien opzigte genoomene resolutie. Paramaribo den 29 meij 1816

N. Russel

’t Hoff ordonneerd de gewoone affiche

Paramaribo den 29e maij 1816

W.B. van Panhuijs

Ter ordonnantie van den Hove.

J. de Koss

Certificeere dat na voor afgegaane advertentie ingevolge resolutie van den Hove van Politie en Crimineele Justitie deezer colonie, niemand zich ter secretarij heeft vervoegd, die eenig recht of pretentie heeft op ’t ………….meijsje Dorothea, aangekoomen hebbende de plantagie Naccarackibo. Paramaribo den 5 augustus 1816

P.J. Changuion

’t Hoff, gezien certificaat van geen actie of pretentie tot lasten de bij requeste genoemde mustice meisje te zijn ingekoomen, als mede gelet op de gestelde borgtogt, verklaard den suppliant te hebben voldaan aan de resolutie van dezen Hove, consenteerd over zulks zijn gedaan verzoek, met last op den secretaris de brieven van vrijdom in forma te vervaardigen.

Paramaribo den 5 augustus 1816

C.R. Vallant

Ter ordonnantie van den Hove.

P.J. Changuion


Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 442, inventarisnr. 694, sessie mei 1816, bijlage 48 bij aanhangsel/ nr. 19/ DK:442.694.5.48.sweevel